Nederland, Den Haag: Haags Historisch Museum - tentoonstellingen
Den Haag

externe links:
- Haags Historisch
- v. Solms
- Stuart
- v. Hogendorp
- v. Limburg Stirum
- v.dr. Duyn v. Maasdam
- v. Ravesteyn
- Willem I
In het Haags Historisch Museum zijn ieder jaar verschillende tijdelijke tentoonstellingen die de moeite meer dan waard zijn. Onderstaande informatie is afkomstig van de website van het museum.

Gezichten van de Gouden Eeuw. Portretten van Jan van Ravesteyn
Ooit was Jan van Ravesteyn de meest gewilde portretschilder van Den Haag, maar tegenwoordig is deze zeventiende-eeuwse schilder bij het grote publiek onbekend. Het Haags Historisch Museum brengt hierin verandering en zet van 26 november 2016 t/m 9 april 2017 de eens zo beroemde schilder in de schijnwerpers met de tentoonstelling ‘Gezichten van de Gouden Eeuw. Portretten van Jan van Ravesteyn’.
Jan van Ravesteyn (ca. 1572-1657) was in de zeventiende eeuw een van de belangrijkste portretschilders van Den Haag. Hij ontving eervolle opdrachten van onder meer prins Maurits, het stadsbestuur, de schutterij en rijke particulieren uit de stad. Bovendien werd hij geroemd door opdrachtgevers én tijdgenoten: de beroemde hofschilder Anthony van Dyck maakte zelfs een portret van hem.
Bij leven was hij een gevierd schilder, maar vandaag de dag is Van Ravesteyn bij het grote publiek nog onbekend. Daarom geeft het Haags Historisch Museum een overzicht van zijn leven, werk en opdrachtgevers, op de plek waar hij zelf zo'n 400 jaar geleden actief was als schutter. De expositie toont vier topstukken uit de eigen collectie, aangevuld met bruiklenen van o.a. het Mauritshuis en Rijksmuseum.

Op 't Duin. duingezichten en duingedichten
Stad en duinen zijn in Den Haag onlosmakelijk met elkaar verbonden. Van 4 april t/m 15 september 2015 vond daarom in het Haags Historisch Museum de tentoonstelling Op ’t duin plaats. In samenwerking met het Letterkundig Museum toont het museum in meer dan 80 kunstwerken hoe de duinen een geliefde inspiratiebron vormen voor schilders en dichters. Van Constantijn Huygens tot Bernlef en van Jan van Goyen en Jan Toorop tot hedendaagse schilders. Door de kunstwerken en gedichten met elkaar te verbinden, ontstaan verrassende combinaties.
Op 't Duin Op 't Duin Naar de boeren! Naar de boeren!
Naar de Boeren! Kinderevacuaties in de Hongerwinter
Van 22 april t/m 16 augustus 2015 herdacht het Haags Historisch Museum de Hongerwinter met de tentoonstelling ‘Naar de Boeren – Kinderevacuaties in de Hongerwinter’. Tijdens de winter van 1944-45 heerste in het westen van het land een groot voedseltekort, wat leidde tot een humanitaire ramp. Duizenden mensen stierven van de honger. Een groot aantal kinderen werd echter gered door evacuaties naar ‘de boeren’ in het noorden en oosten van het land. In deze tentoonstelling volgt het museum zeven kinderen, onder wie vier Haagse (o.a. Paul van Vliet), die de Hongerwinter hebben meegemaakt en overleefd. De tentoonstelling werd aangevuld met andere verhalen van Hagenaars die de Hongerwinter hebben meegemaakt of zijn geëvacueerd.
In het najaar van 1944 was het zuiden van Nederland grotendeels bevrijd, maar wist niemand hoe lang de oorlog nog zou duren. In de westelijke steden ontstond een groot voedseltekort door het Duitse verbod op voedseltransporten en de treinstaking. Zo’n 40.000 ondervoede kinderen zijn in de eerste maanden van 1945 vanuit het westen geëvacueerd om te voorkomen dat ze van de honger zouden sterven. Deze reddingsacties vonden plaats onder zeer moeilijke omstandigheden. Honderdduizenden Nederlanders zetten zich –meestal belangeloos- in om de kinderen te redden van de hongerdood. Transportmiddelen waren moeilijk te vinden en werden vanuit de lucht beschoten door de geallieerden. Ondanks deze problemen en gevaren vertrokken de kinderen ‘naar de boeren’, vooral met vrachtschepen, maar ook met autobussen, vrachtwagens, treinen en soms zelfs lopend of fietsend.
In deze aangrijpende expositie werden zeven kinderen gevolgd, onder wie vier Haagse. Het verhaal begint thuis, in de winter van 1944 met lege borden op tafel. De kinderen werden door artsen geselecteerd voor de reis naar de boeren. Herinneringen over de verschrikkelijke reis onder barre omstandigheden laten zien wat een angst de kinderen hebben gekend. Eenmaal bij de pleegouders aangekomen was het ook even wennen, in een vreemd gezin met andere gewoontes, en soms zelf een andere taal (Fries)! Na de bevrijding was de dankbaarheid bij veel ouders enorm, toen hun kind weer gezond en wel thuis kwam.

Rivalen aan het Haagse Hof. Elizabeth Stuart en Amalia van Solms.
In deze tentoonstelling staan twee van de meest invloedrijke vrouwen in de Gouden Eeuw recht tegenover elkaar: Elizabeth Stuart (1596-1662) en Amalia van Solms (1602-1675). Het museum laat zien hoe deze vrouwen elkaar constant de loef probeerden af te steken. De bezoeker wordt meegenomen naar het weelderige hofleven van Den Haag in de 17de eeuw.
Op 14 februari 1613 (Valentijnsdag) trouwde de zestienjarige Schots-Engelse koningsdochter Elizabeth Stuart met de machtigste prins van het Duitse Rijk, keurvorst Frederik V van de Palts. In 1619 accepteerde Frederik V, die succesvol regeerde over de Palts, de Boheemse kroon en werd Elizabeth in Praag tot koningin gekroond. Die beslissing bleek rampzalig, een jaar later werden hun troepen verpletterend verslagen door de katholieke legers van de keizer van het Duitse Rijk, Ferdinand II. Omdat zij slechts een jaar over Bohemen hadden geregeerd, kregen Frederik en Elizabeth de spottende bijnaam Winterkoning en Winterkoningin. Ook de Palts raakten zij kwijt. Frederik en Elizabeth werden koninklijke ballingen die, dankzij de familiebanden tussen Frederik en de Oranje-Nassaus, uiteindelijk in Den Haag onderdak kregen.
Zowel Elisabeth Stuart als Amalia van Solms komen in 1621 naar Den Haag. Elizabeth Stuart als koninklijke balling, Amalia van Solms als een van haar hofdames. Kort na hun aankomst in Den Haag krijgt Amalia van Solms een verhouding met de toekomstige stadhouder Frederik Hendrik. Hij had goede redenen om snel in het huwelijksbootje te stappen. Zijn halfbroer prins Maurits, de stadhouder en prins van Oranje, was ziek en had geen wettige nakomelingen. Op zijn sterfbed maakte Maurits hem duidelijk dat hij zou moeten trouwen om hem op te kunnen volgen. In 1625 stappen ze in het huwelijksbootje, hetzelfde jaar waarin Frederik Hendrik stadhouder wordt. In de tentoonstelling is de prachtige huwelijkscharter van het paar te bewonderen.
Door haar huwelijk ziet Amalia zich plots gepromoveerd tot First Lady van de Nederlandse Republiek. Amalia's nieuwe status zorgt voor toenemende rivaliteit tussen de twee vrouwen. Door hun onderlinge concurrentie ontstaat een echte hofcultuur in Den Haag. Beide hoven proberen elkaar namelijk constant af te troeven met opdrachten aan kunstenaars, jachtpartijen, hofbals, maskeraden en toneel. Een goed voorbeeld hiervan is de portretkunst. Elizabeth en Amalia wilden daarbij niet voor elkaar onder doen. In Den Haag lieten zij zich eerst portretteren door Michiel Jansz. van Mierevelt uit Delft, die bekend stond als de beste portretschilder van de Republiek. Toen Frederik en Elizabeth in 1628 de jongere en meer vernieuwende schilder Gerard van Honthorst in de arm namen, duurde het slechts een jaar voordat Frederik Hendrik en Amalia ook bij deze schilder portretten gingen bestellen. Elizabeth zette aanvankelijk de toon, vaak geïnspireerd door de kunstopdrachten van haar broer, koning Karel I van Engeland. Bij ieder nieuw portret, nieuwe kleding of haardracht, volgde Amalia op de voet. Soms zijn hun beeltenissen nauwelijks van elkaar te onderscheiden.
Ook op de huwelijksmarkt waren Elizabeth en Amalia elkaars rivalen. Beide vrouwen aasden op dezelfde huwelijkskandidaten voor hun kroost. Tot slot schenkt de tentoonstelling aandacht aan de politieke en dynastieke ambities van Elizabeth en Amalia. Beide vrouwen moeten na de dood van hun echtgenoten in moeilijke omstandigheden de belangen van hun dynastieën verdedigen. Amalia of Elizabeth, wie zal zegenvieren?

Landgenoten! Onderdanen & Oranjes 1813-2013.
Deze tentoonstelling belicht 200 jaar koninkrijk vanuit het perspectief van de burger. De band tussen onderdanen en de Oranjes staat daarin centraal, vanaf het onzekere begin in 1813 tot vandaag de dag.
Het is het jaar 1813 en het zijn onzekere tijden. Sinds 1811 is Napoleon aan de macht, met Den Haag als ‘bonne ville de l’empire’. Veel mensen zijn tevreden met het moderne, Franse bewind, maar anderen zien liever een zelfstandige regering met een Oranje aan het hoofd. Het tij begint te keren en in Den Haag zijn het drie heren die beginnen aan de omwenteling. Gijsbert Karel van Hogendorp, Frans Adam van der Duijn van Maasdam en Leopold van Limburg Stirum vormen het Driemanschap dat de komst van de nieuwe koning voorbereidt. Er wordt een afgezant naar Engeland gestuurd om prins Willem te vragen de oversteek naar Holland te maken. Zijn aankomst in Den Haag op 30 november 1813 wordt een ware triomftocht. Later wordt de prins als koning Willem I ingehuldigd in Amsterdam. Was iedereen in die tijd enthousiast over de nieuwe vorst? En waarom kon pas in 1869 een monument onthuld worden dat de gebeurtenissen van 1813 herdacht?
Op 30 maart 1814 wordt Willem I in de Nieuwe Kerk in Amsterdam ingehuldigd als soeverein vorst. Sindsdien heeft ons land vele koningen en koninginnen gehad. Aan de hand van verhalen en meningen van het volk en persoonlijke bezittingen maakt de bezoeker kennis met de karakters van de staatshoofden. Zo werd koning Willem III ‘koning Gorilla’ genoemd, en werd van koningin Juliana gezegd dat ze interesse had in het paranormale. In de tentoonstelling is een aardstralenkastje te zien dat bedoeld was om alle kwalijke stralingen te neutraliseren. Koningin Juliana liet zulke kastjes plaatsen in haar paleizen. Schilderijen en prenten van hoogte- en dieptepunten in de geschiedenis laten momenten zien waarop vorst en volk samenkwamen. Hoe werd dit door het volk ervaren?