National Trust Houses & schilderijen (Bron tekst: website Mauritshuis)
externe links:
National Trust
- Ascott House
- Ashdown House
- Buckland Abbey
- Castle Ward
- Dunham Massey
- Dyrham Park
- Felbrigg Hall
- Ham House
- Osterley House
- Petworth House
- Polesden Lacey
- Upton House
Wikipedia:
- Ascott House
- Ashdown House
- Buckland Abbey
- Castle Ward
- Dunham Massey
- Dyrham Park
- Felbrigg Hall
- Ham House
- Osterley House
- Petworth House
- Polesden Lacey
- Upton House
Het 17de-eeuwse Ascott House was altijd een boerderij, tot de bankiers De Rothschild het in de 19de eeuw kochten. Zij namen het huis in gebruik als jachtslot en gaven het zijn rustieke uiterlijk.
In 1937 kwam Ascott House in bezit van Anthony de Rothschild en Yvonne d’Anvers. Zij vulden het huis met meubels en schilderijen van onder andere Thomas Gainsborough en Joshua Reynolds. Maar ook met Hollandse meesters – Anthony de Rothschild was dol op Aelbert Cuyp. Daarin was hij niet uniek, want al sinds het begin van de 18de eeuw heerste onder Britse verzamelaars een ware Cuypgekte. Doordat de Engelse elite bereid was grof geld te betalen voor Cuyps landschappen, bevinden de beste werken van de meester zich nu in Brits bezit. Het gezicht op Dordrecht hangt gewoonlijk in de eetkamer van Ascott House.
Ascott House leende het volgende werk uit aan het Mauritshuis: Aelbert Cuyp - Gezicht op Dordrecht vanuit het noorden (c.1655).

William, 1st Earl of Craven, was een groot bewonderaar van Elizabeth Stuart, de weduwe van Frederik van de Palts en zuster van Charles I. Misschien was hij zelfs wel verliefd op haar. De affectie was wederzijds, want in haar brieven noemde Elizabeth hem ‘my little mad mylord’. Speciaal voor haar liet Craven rond 1660 Ashdown House bouwen, als jachtslot. Maar Elizabeth bezweek in Londen aan de pest, nog voor ze Ashdown kon bezoeken. Ze liet aan Craven een reeks portretten na van haarzelf en haar kinderen; een daarvan is het portret dat Van Honthorst maakte. Craven hing de portretten op Ashdown in het trappenhuis, waar ze nu weer hangen.
Een directe nazaat van de 1st Earl of Craven schonk Ashdown House in 1956 aan de National Trust.
Uit Ashdown House was het volgende werk in het Mauritshuis te zien: Gerrit van Honthorst - Portret van Elizabeth Stuart, de Winterkoningin (1650).

De naam Buckland Abbey zegt het al: het landhuis werd in de 13de eeuw gebouwd als cisterciënzer klooster. Dat bleef het tot halverwege de 16de eeuw, toen Henry VIII alle kloosters liet ontmantelen. De abdij werd verkocht aan de Engelse zeeheld Richard Greville die er een woonhuis van maakte. Enkele decennia later kwam het huis in handen van Grevilles aartsvijand: de ontdekkingsreiziger Francis Drake.
In de eeuwen die volgden, was Buckland Abbey afwisselend in bezit van beide rivaliserende families. De laatste Drake verkocht het landgoed in 1938 en tien jaar later werd het aan de National Trust geschonken. Bezoekers komen er nu voornamelijk vanwege Sir Francis Drake, maar krijgen een Rembrandt op de koop toe. Die werd in 2010 aan de National Trust geschonken door Edna, Lady Samuel of Wych Cross.
Buckland Abbey leende het volgende werk uit aan het Mauritshuis: Rembrandt - Zelfportret met gevederde baret (1635).

Bernard Ward, 1st Viscount Bangor, en zijn vrouw Ann hadden geen al te best huwelijk. Dus toen zij in de jaren 1760 een nieuw landhuis lieten bouwen, konden ze het over het ontwerp maar moeilijk eens worden. Daarom kreeg Castle Ward een voorgevel in een classicistische stijl (zoals mijnheer het wenste) en een gotische achtergevel (volgens mevrouw haar smaak). Het huwelijk strandde alsnog, maar het compromis leverde wél een intrigerend huis op met een wonderlijke mix van bouwstijlen.
Toen de zesde Viscount Bangor in 1952 overleed, kwam het landhuis in bezit van de National Trust. Vijftien jaar later kocht de Trust de Lievens van de zevende Viscount.
Uit Castle Ward was het volgende werk in het Mauritshuis te zien: Jan Lievens - Vrouw in fluwelen mantel (c.1622-1632).

Het buitenhuis Dunham Massey ligt in de buurt van Manchester en dateert uit de 17de eeuw. Toen George Booth, 2nd Earl of Warrington, het huis in 1694 van zijn vader erfde, was hij pas 19 jaar oud. Hij wist de financiële malaise van zijn familie te beëindigen door in 1702 een verstandshuwelijk te sluiten met de steenrijke Mary Oldbury. Met haar geld werd het landgoed ingrijpend verbouwd en kreeg het zijn huidige vorm. Toen de verbouwing klaar was, werd een aantal ‘portretten’ van Dunham Massey gemaakt. Samen met de eerdere versie die Van Diest maakte, kregen ze identieke lijsten en een plaats in de Great Gallery.
In 1976 liet een nazaat het huis, de landerijen en de collectie na aan de National Trust – het was een van de grootste schenkingen in de geschiedenis van de organisatie.
Dunham Massey Buckland Abbey leende het volgende werk uit aan het Mauritshuis: Adriaen van Diest - Dunham Massey in vogelvlucht vanuit het zuiden (c.1697).

In de glooiende, bossige heuvels bij Bath ligt Dyrham Park, beroemd om zijn herten. Het landhuis werd rond 1700 gebouwd in opdracht van William Blathwayt en Mary Wynter. Blathwayt had een paar jaar in Den Haag gewoond als secretaris van de Britse ambassadeur en werkte later voor koning-stadhouder Willem III. Daardoor ontwikkelde hij een liefde voor de Republiek en waren op Dyrham veel Hollandse kunstwerken te vinden; niet alleen schilderijen, maar ook kasten en Delfts blauw. En een bibliotheek met Nederlandse boeken.
Toen de National Trust in 1956 Dyrham Park in handen kreeg, was maar weinig van de verzameling over en had het huis veel van zijn originele inboedel verloren. De Trust kon de twee schilderijen van De Baen en De Heem terugkopen voor Dyrham Park.
Uit Dyrham Park waren de volgende werken in het Mauritshuis te zien:
• Jan de Baen (toegeschreven aan) - Portret van Willem III (1650-1702), prins van Oranje (c.1665-1670);
• Cornelis de Heem - Stilleven met bloemen en fruit op een stenen plint in een tuin (c.1685).

Generaties lang woonde de familie Windham op Felbrigg Hall, dicht bij de Noordzeekust ten noorden van Norwich. De belangrijkste verzamelaar binnen de familie was de 18de-eeuwse William Windham II. Hij hield van varen en was een groot liefhebber van zeegezichten – met name die van vader en zoon Willem van de Velde. Windham bracht een groep bijzondere schilderijen samen die hij allemaal een zelfde lijst gaf en op Felbrigg Hall liet ophangen. De laatste bewoner van Fellbrigg Hall was Robert Wyndham Ketton-Cremer, een nazaat. Hij overleed in 1969 en liet het huis na aan de National Trust.
Felbrigg Hall leende het volgende werk uit aan het Mauritshuis: Willem van de Velde I - De slag bij Kijkduin, 21 augustus 1673 (c.1673).

Aan de oevers van de Theems ligt Ham House, in de buurt van Londen. Het 17de-eeuwse huis bleef opvallend goed bewaard en heeft voor een groot deel nog de originele inrichting. Die dateert uit de tijd van Elizabeth Murray, Countess of Dysart. Zij erfde het landgoed in 1655 van haar ouders, inclusief de verzameling die haar vader had aangelegd. Nadat Elizabeths eerste man was overleden, hertrouwde ze in 1672 met John Maitland en promoveerde ze tot Duchess of Lauderdale. Het paar liet Ham House grootscheeps verbouwen en opnieuw inrichten. Daarbij was een grote rol weggelegd voor Hollandse schilders. Sommige van hun schilderijen hangen sinds die tijd op hun vaste plaats in de Green Closet of het privé-appartement van de Duchess Sinds 1948 wordt Ham House beheerd door de National Trust; de volgende werken waren in het Mauritshuis te zien:
• Cornelius Johnson - Dubbelportret William Hamilton (2nd Duke of Hamilton) en John Maitland (de latere Duke of Lauderdale William Hamilton) (1649);
• Frans Post - Dorp in Brazilië (c.1675);
• Abraham Bloemaert - De doop van Christus (c.1598-1600);
• Ambrosius Bosschaert II - Stilleven met merel, vlinder en kersen (c.1635);
• Peter Lely - Portret van Elizabeth Murray, Countess of Dysart, de latere Duchess of Lauderdale (1648).

Osterley House dateert uit het einde van de 16de eeuw. Toen het halverwege de 18de eeuw in handen kwam van de bankiersfamilie Child, was het tijd voor een grootse verbouwing. De broers Francis en Robert Child gaven de architect Robert Adam opdracht het wat vervallen huis te transformeren tot het paleis der paleizen. En dat werd het. Het huis lijkt een klassieke tempel en heeft een interieur dat van een ongekende, klassieke schoonheid is. De gebroeders Child gebruikten Osterley om er hun Londense klanten te ontvangen. Die zullen er zich vergaapt hebben aan alle rijkdommen.
In 1949 liet een nazaat van Francis Child het huis na aan de National Trust, inclusief de landerijen.
Osterley House leende het volgende werk uit aan het Mauritshuis: Cornelis van Poelenburch - Landschap met Tobias en de engel (c.1625)

Van alle National Trust-huizen heeft Petworth House ongetwijfeld de indrukwekkendste schilderijenverzameling. De basis daarvoor werd gelegd door Algernon, de 10th Earl of Northumberland. De graaf was een vriend van de Vlaamse schilder Anthony van Dyck. Maar ook latere generaties verzamelden kunst, waardoor op Petworth nu schilderijen van heel uiteenlopende meesters zijn te zien: van Van Dyck tot Titiaan, van Reynolds tot Turner en Blake. In 1947 werd het huis met zijn landerijen geschonken aan de Trust om het voor de eeuwigheid te behouden. Een groot deel van de kunstverzameling volgde later.
Uit Petworth House waren de volgende werken te zien in het Mauritshuis:
• Meindert Hobbema & Adriaen van de Velde - Landschap met figuren en vee (c.1663);
• Simon Verelst - Portret van Ruprecht van de Palts, Duke of Cumberland (c.1680-1682).

Anders dan andere landhuizen heeft Polesden Lacey veel verschillende eigenaren gehad. Het werd in 1631 gebouwd door de familie Rous, die het tot 1723 in bezit had. Daarna volgde een lange stoet eigenaren die allemaal hun stempel op het huis drukten. In 1906 werd het landgoed gekocht door Ronald Greville en Margaret McEwan – een rijke brouwersdochter. Hoewel Dame Margaret al snel weduwe werd, maakte zij van Polesden Lacey een bruisend lustoord voor de Britse high society. Bij haar overlijden in 1942 liet Dame Margaret het landgoed na aan de National Trust. De organisatie aanvaardde de schenking vooral vanwege de uitmuntende schilderijenverzameling. Die was met veel liefde door Margaret’s vader begonnen en door haarzelf uitgebreid. Polesden Lacey leende de volgende werken uit aan het Mauritshuis:
• Gerard ter Borch - Een officier die buigt voor een dame (c.1662);
• Pieter de Hooch - De colfspelers (c.1658-1660).

Enkele van de mooiste schilderijen in de tentoonstelling kwamen uit Upton House. Ze werden verzameld door Walter Samuel, 2nd Viscount Bearsted. Walter Samuel – de zoon van een van de oprichters van wat nu Royal Dutch Shell is – kocht Upton House in 1927. Hij verbouwde het huis en schiep ruimte voor zijn schilderijen, onder andere door de squash court te laten overdekken en als museumzaal in te richten. Sir Walter liet Upton House in 1948 na aan de National Trust, om te voorkomen dat zijn verzameling uit elkaar zou vallen.
In de 18de eeuw was Upton House eigendom van de bankier Francis Child, die het gebruikte als jachtverblijf. De schilderijen van de familie Child hingen in Osterley House bij Londen – een van die schilderijen was ook in deze tentoonstelling te zien.
Uit Upton House waren de volgende werken in het Mauritshuis te zien:
• Jan Steen - De vermoeide reiziger (c.1660-1661);
• Jan Lievens - Wijze man bij een tafel (c.1631);
• Gabriel Metsu - Het duet, ‘Le corset bleu’ (c.1660);
• Pieter Saenredam - Interieur van de Catharinakerk te Utrecht (c.1660).